26. 'Er was veel gras op die plaats'.
Bovenstaand zinnetje staat in de bijbel en wel in het zesde hoofdstuk van het Johannesevangelie, vers tien. Het is onderdeel van de beschrijving van de plek waar iets staat te gebeuren: De Spijziging van de vijfduizend . Het is een van de meest aansprekende wonderdaden die Christus voltrekt. Je zou zomaar over dit zinnetje heen lezen, immers meer dan een feitelijke weergave van de omstandigheden aldaar geven ze niet, toch? Maar, hoe kan het zijn dat in document als de Bijbel, waar geen woord teveel staat, zo’n onbenullig landschappelijk feitje een hele zin toebedeeld krijgt? Dat moet een dieperliggende reden hebben. In het onderstaande verhaal wil ik die op het spoor komen.