26. 'Er was veel gras op die plaats'.

Gepubliceerd op 17 maart 2026 om 17:59

Bovenstaand zinnetje staat in de bijbel en wel in het zesde hoofdstuk van het Johannesevangelie, vers tien. Het is onderdeel van de beschrijving van de plek waar iets staat te gebeuren: De Spijziging van de vijfduizend . Het is een van de meest aansprekende wonderdaden die Christus voltrekt. Je zou zomaar over dit zinnetje heen lezen, immers meer dan een feitelijke weergave van de omstandigheden aldaar geven ze niet, toch? Maar, hoe kan het zijn dat in document als de Bijbel, waar geen woord teveel staat, zo’n onbenullig landschappelijk feitje een hele zin toebedeeld krijgt? Dat moet een dieperliggende reden hebben. In het onderstaande verhaal wil ik die op het spoor komen.

Ecosysteem grasland, een tweevoudige klimaatkwestie

Welk continentaal ecosysteem is in staat om de meeste koolstof in de vorm van CO2 uit de atmosfeer te absorberen? Bossen? Struiken? Moerassen? Nee, het zijn de graslanden. Praktisch ieder continent heeft zijn grote grasvlakten: de pampa’s in Zuid-Amerika, de prairies in Noord-Amerika, de savannes in Afrika en de steppen, ooit het allergrootste aaneengesloten ecosysteem, in Eurazië. Graslanden omvatten ongeveer 35 % van alle landoppervlak wereldwijd en zijn daarmee vergelijkbaar met het totaal areaal aan bossen en wouden Die grote grasvlakten zijn een natuurlijke biotoop, dat wil zeggen ze zijn niet door mensen aangelegd. Bomen komen daar niet of nauwelijks voor. De hete droge zomers worden afgewisseld met koude vochtige winters (sneeuw). Voor bomen vormt dat een te extreme biotoop, met een temperatuurverschil van minstens 75 °C tussen zomer en winter. Uitzondering zijn de savannen met hun acacia bomen, daar ontbreekt immers de winterkoude. Gedurende vele duizenden jaren hebben deze natuurbiotopen standgehouden in een symbiotisch systeem met de grote grazers, zoals guanako’s, wisenten, bizons en gnoes, en vele insecten, vooral mestkevers en een soortenrijkdom aan regenwormen.

Afb. 1 Steppe in Kazachstan. Een natuurbiotoop zonder bomen

Een tweede klimatologisch kenmerk dat voorwaarde is voor het ontstaan van de grote grasvlakten betreft de dynamiek van het vocht. Er is sprake van een bijzonder evenwicht: namelijk die tussen de neerwaartse waterstroom in de vorm van regen en sneeuw, en de capillaire opstijgende waterstroom. Zou de eerste overheersen, dan ontstaan de zogeheten podsolgronden. Die zijn volop in onze streken met de regenoverschotten te vinden. Overheerst de capillaire waterstroom dan is er sprake van zoutvorming aan de bodemoppervlakte. Dit type bodems vinden we rond de Middellandse Zee, maar zeker ook in Australië en Arabië. Zoutvorming is een van de hoofdoorzaken van het onbruikbaar worden van bodems voor landbouw.

Humus

Wanneer deze klimaatomstandigheden gedurende duizenden jaren blijven bestaan, ontstaan er bodems met humuspakketten van vele meters dik, tot 20 meter aan toe. Het is juist vanwege de omvang van hun humuslaag dat ze veel meer dan welke ander ecosysteem dan ook koolstofvastlegger zijn, organisch gebonden en wel. Zonder storende lagen of ongewenste zoutvorming! Het zijn de allerbeste landbouwbodems. Het zal daarom geen verbazing wekken dat van de pampa’s, de prairies en de steppen niet veel meer van hun natuurlijke status is overgebleven. De Oekraïne met zijn wereldberoemde zwarte aarde is daar een typisch voorbeeld van. Vooral wintergranen worden er geteeld. Deze diepwortelende gewassen staan in de hete droge zomers in contact met het bodemvocht op een tot twee meter diep. Beregening is niet nodig, de opbrengsten zijn goed, de kwaliteit ongeëvenaard. Zo ook op de voormalige prairies in Noord-Amerika. Er wordt nauwelijks bemest, alleen schijveneggen als grondbewerking, zaaien en oogsten. Het is eigenlijk een interen op een geschenk van de natuur.

Gras in de vruchtwisseling van een boerenbedrijf.

Graslanden zijn dus de humusopbouwers bij uitstek. Op microniveau, een boerenbedrijf dus, geldt dit net zo. In iedere vruchtwisseling moeten graslanden een substantiële positie hebben. In tegenstelling tot alle andere teelten bouwen zij de bodemvruchtbaarheid op, laten de onkruiddruk afnemen in het volggewas, en in combinatie met klaver stimuleren ze de aanwezigheid van regenwormen, die op hun beurt de bodemstructuur verbeteren.

Gras en vee horen samen

Gras en grasklaver zijn hét basisvoer van alle vee. Het zijn de herkauwers en dan met name de runderen die op een menu van puur gras hoogwaardige voedingsproducten kunnen voortbrengen. Maar dat niet alleen, hun mest is onmisbaar voor een duurzame bodemvruchtbaarheid en een rijk insectenleven. Eigenlijk net zoals het was op de natuurlijke grasvlakten; de guanako’s op de pampa’s, de bizons op de prairies, de wisenten op de steppes, de gnoes op de savannes.

Alleen met grasland en vee is een duurzame landbouw mogelijk.

Een landbouw die zelfs voor een verbetering kan zorgen van de bodemvruchtbaarheid. Als het adagium waar is: ‘planten leven van het geven’ dan zijn de grassen de ultieme representant van dat vermogen. Planten maken de aarde leefbaar, grassen maken de aarde vruchtbaar.

Planten maken de aarde leefbaar, grassen maken de aarde vruchtbaar

Gras

Grassen zijn heel genoegzaam. Je kunt ze afmaaien, maar dat doodt ze niet. Integendeel, ze stoelen daardoor uit en worden sterker; het wordt een graszode of een grasmat. Je kunt er op lopen, zelfs heel intensief zoals op een voetbalveld, en ze herstellen zich snel. Ze kunnen groeien onder moeilijke omstandigheden, niet alleen droog of koud, maar bijvoorbeeld ook schaduwrijk, zoals in een voetbalstadion, of onder natte omstandigheden zoals in een sloot of moeras. Rietplanten zijn immers ook grassen. Door hun superieure recuperatievermogen kunnen grassen na een langere tijd van droogte -waarbij ze helemaal bruin verkleurd zijn- binnen no time weer helemaal groenkleuren na een bui regen.

Wereldwijd zijn er ongeveer 15.000 grassoorten. Hun onderlinge botanische overeenkomsten zijn groter dan hun verschillen. Om ze van elkaar te onderscheiden van moet je van goede huize komen. Hun bloeiwijzen zijn heel onopvallend; pas als je goed kijkt en ook nog eens op het goede moment, heb je kans om de meest fantastische fijn geciseleerde vormen en kleuren te zien (zie foto’s). Alle grassen zijn windbestuivers en zijn om die reden dé grote bron van pollen in de atmosfeer.

Afb. 2 Buchloe dactyloides

Afb.3, Elymes elymoides

Afb. 4 Elymus repens (Kweekgras)

Afb. 5, Bouteloua gracilis

Waarom deze lofzang op gras? Wel, omdat deze kleine excursie naar de wereld van gras een dieper begrip mogelijk maakt van het zinnetje: ‘Er was veel gras op die plaats’.

Geografische context Israël

Israël heeft een tweeledige geografie met een sterk polair karakter: in het zuiden het bergachtige Judea met zijn woestijn en de Dode Zee. Daar ligt de hoofdstad Jeruzalem. In het noorden ligt Galilea, het is het lieflijke en vruchtbare deel van Israël, waar onder andere het meer van Tiberias ligt. De Jordaan, de rivier die beide waters met elkaar verbindt, verbindt daarmee ook beide polariteiten met elkaar. Het jonge levenslustige Galilea is de streek waar de mise en scéne van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging gesitueerd is. Echter het is niet enkel in Galilea, maar meer specifiek nog: aan de oever van het meer van Tiberias. Dat is dus qua vruchtbaarheid dubbel op.

Spijziging van de vijfduizend, concrete setting

En op deze plaats groeit blijkbaar veel gras. Gras, het gewas dat de aarde vruchtbaar maakt, zoals ik hiervoor heb aangegeven. En Christus gebiedt de mensen om te gaan zitten. Zittend maakt een mens meer contact dan staand met de plek waar hij is. Alleen aan hen die ‘nedergezeten’ zijn, wordt te eten gegeven, aldus staat er dan geschreven. Wat voor mij uit dit alles spreekt is de kwaliteit van de bedding waarin Christus tot zijn werkzaamheid kan komen. Het is de stroom van leven, van jeugdig leven zelfs: ‘er is een kind hier dat vijf broden heeft en twee vissen’, dat is de context waar de vermenigvuldiging in plaats vindt. Je zou de vijf broden en de twee vissen als de zaden kunnen zien, van waaruit een hele plant kan groeien. Zo gaat het immers in de natuur en zo gaat het ook in de landbouw, tenminste als het op landbouwkundige en niet op industriële wijze is georganiseerd. Stop een graankorrel in de grond en na een jaar heb je er wel honderd! Als boer creëer je de omstandigheden opdat het groeien kan plaatsvinden. Het groeiproces als zodanig blijft verborgen voor de mens. Het is het licht afkomstig van de zon dat normaalgesproken hiervoor zorgt. Christus als zonnegeest toont nu in Galilea aan de oever van het meer van Tiberias zijn werkzaamheid in alle openbaarheid.

Gras, graan en brood

Brood is een graanproduct. De graangewassen zijn ook grassoorten. In het jonge vegetatieve groeistadium is dat goed te zien. Hun bladeren zij net zo lijnvormig en groen als de wilde grassen, hooguit wat breder. Pas als ze doorschieten en aren gaan maken, zie je de verschillen duidelijker. Nu beginnen zich de verschillen met de wilde planten al duidelijker te manifesteren: het zijn dikke starre stengels met  grote aren bovenaan. Bij de afrijping van de graankorrels treedt het verschil in alle duidelijkheid voor het voetlicht. Ze zijn veel massiever dan de zaden van de wilde grassen. Ze zijn zowel zaad als vrucht. Het is een uiting van vruchtvorming die de planten van nature zelf niet hebben en waar wij mensen ons dagelijks brood van bakken.

Het is de biotoop van veel gras waarin Christus al deze tussenstappen van het bovengenoemd proces in één keer herhaalt, van gras naar graan, naar brood.

Water en wijn

Het is een parallel met een ander wonderteken van Hem, niet toevallig in dezelfde streek: in het dorp Kanaän. Water wordt in wijn ‘verwandeld’. Ook daar is sprake van een proces met meerdere stappen: de planten nemen water op, brengen druiven voort, die op hun beurt in een vergistingsproces in wijn veranderen. Christus vermag dat in één keer met één handeling te herhalen.

Wijn is ziel, brood is leven

Toch wil ik wijzen op een verschil in context van beide gebeurtenissen. Die van de wijn vindt plaats in een bedding die een sociaal karakter heeft: om te beginnen is het een bruiloft. En voordat Christus tot handelen over kan gaan staat er de raadselachtige zin die de relatie met Zijn moeder betreft: ‘vrouw, wat is er tussen mij en u? Ook een tussenmenselijke kwestie dus.

Bij de spijziging van de vijfduizend gaat het met name om de levende kwaliteit van de plek en het in contact treden met de dienende plant bij uitstek; het gras.

Je zou kunnen zeggen: de uit water ‘verwandelde’ wijn komt voort uit een proces met een tussenmenselijk zielenkarakter, waarin ook de smaak van de wijn door een kenner expliciet vermeld komt. Het vermenigvuldigde brood staat daarentegen in een pure levensstroom, meer plantaardig van karakter, het groeiende, het zich vermeerderende. Er blijven zelfs nog vele brokken over. Over de smaak komen we niets te weten.

Voorspel op het Laatste Avondmaal

Beide wondertekenen vinden in dezelfde landstreek plaats: Galilea. Zowel bij de wijn als het brood vindt een vermenigvuldiging plaats op een bovennatuurlijke wijze, zo zou je dat kunnen zeggen. Toch doet Christus het niet helemaal alleen, de plaatselijke gegevenheden werken al in de goede richting mee. De substanties die door dit proces heen gaan, blijven werkzaam binnen de natuurlijke grenzen, als voedingsmiddel dus. Het is het voorspel op het grote drama dat plaats zal vinden aan het eind van Zijn leven, waarin beide substanties wederom betrokken zijn. Die keer zal zijn in Judea, en wel in Jeruzalem, in de avond. Hier vindt dan niet zozeer een kwantitatieve verandering plaats maar een kwalitatieve verhoging, die ver over natuurgegeven grenzen heen gaat: het is het bloed en lichaam van Christus zelf dat in die niet-levende context, plaatsvindt. Het zijn niet alleen zijn levenskrachten die de verandering bewerken, het is Zijn wezen zelf die zich verbindt met de twee aardse substanties brood en wijn.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.